Er is een categorie autoliefhebbers die nooit meer normaal naar een parkeerplaats kijkt. Ze lopen over een willekeurig bedrijventerrein, zien een verweerde Peugeot 306 Cabrio tussen de bestelbusjes staan en denken niet wat een barrel maar “wat zou die over vijf jaar waard zijn?”. Op Tragass hebben we het vaker gehad over auto’s die we stuk voor stuk graag zouden willen hebben. Op dit lijstje staan ook een aantal youngtimers, auto’s die ooit heel gewoon waren en nu ineens “youngtimer” heten met soms een behoorlijk prijskaartje.
De usual suspects zijn allang ontdekt door de rest van de wereld en dus ook al duur. Interessanter is de vraag die elke garagebezoeker zich weleens stelt: welke auto’s van nu of van tien jaar geleden gaan over een tijdje hetzelfde trucje doen? En minstens zo belangrijk: is dat eigenlijk wel zo’n slim plan als het klinkt? Er verandert bovendien best wat aan de fiscale kant van youngtimers de komende jaren en dat is precies het soort nieuws waar je nu al rekening mee wil houden voordat je een handtekening zet.
Vooraf een eerlijke disclaimer: dit is geen financieel advies. Tragass is geen taxateur, geen belastingadviseur en geen beleggingsadviseur dit artikel is bedoeld om je op weg te helpen met feiten en een realistisch beeld, niet om je te vertellen wat je met je geld moet doen. Klassieke auto’s kunnen net zo goed in waarde dálen als stijgen, en “vroeger steeg alles” is geen garantie voor de toekomst.

Wat is een youngtimer precies?
Er bestaat geen keihard wettelijk startpunt voor de term, maar in de praktijk hanteert iedereen van verzekeraars tot taxatiebureaus een auto van ongeveer 15 tot 25 jaar oud als youngtimer. Jonger dan dat is gewoon een tweedehands auto, ouder dan dat begint het woord “oldtimer” te vallen (en soms zelfs vrijstelling van wegenbelasting, bij auto’s van 40 jaar of ouder). De youngtimer zit daar precies tussenin: oud genoeg om karakter en zeldzaamheid te hebben, jong genoeg om nog gewoon dagelijks te kunnen rijden en onderdelen voor te vinden.
Het fiscale jargon “youngtimerregeling” waar je weleens over leest is trouwens iets specifieks: dat gaat over de bijtelling voor een auto van de zaak. Daarover zo meer, want dat is precies waar dit jaar (en de komende jaren) het nodige gaat veranderen.
De youngtimerregeling verandert drastisch — en dat raakt de hele markt
Als je een auto van de zaak rijdt, betaal je normaal bijtelling over de oorspronkelijke cataloguswaarde (nieuwprijs). Bij een auto van 15 jaar of ouder geldt een uitzondering: dan reken je met 35% bijtelling over de huidige dagwaarde in plaats van 22% over de cataloguswaarde. Bij een auto die flink is afgeschreven scheelt dat al snel duizenden euro’s belasting per jaar vandaar dat zzp’ers en ondernemers al jaren bewust op zoek gaan naar leuke, betaalbare klassiekers van rond de vijftien jaar oud.
Die regeling staat nu op de schop. Vanaf 2026 gaat de minimumleeftijd al omhoog van 15 naar 16 jaar (met een overgangsregeling voor auto’s die in 2025 al 15+ waren en van eigenaar/gebruiker niet veranderen). Maar de echte aardverschuiving komt op 1 januari 2027: dan springt de minimumleeftijd in één keer naar 25 jaar. Concreet betekent dat: alleen auto’s van vóór ongeveer 2002 komen dan nog in aanmerking, en een geschatte 150.000 tot 200.000 auto’s van de zaak vallen in één klap buiten de regeling zonder overgangsrecht. Voor iemand met bijvoorbeeld een Mercedes E-Klasse (nieuwprijs €60.000, huidige waarde €10.000) loopt de jaarlijkse bijtelling dan op van zo’n €1.733 naar €6.534 een behoorlijk verschil van bijna vijf duizend euro per jaar.
Waarom is dit relevant als je zelf helemaal geen auto van de zaak overweegt? Omdat deze regelwijziging de hele youngtimermarkt door elkaar gaat schudden. Verwacht wordt dat veel zakelijke rijders hun huidige, net niet oud genoege youngtimer de komende tijd van de hand gaan doen zodra de regeling voor hen minder gunstig wordt wat de tweedehandsprijzen van die specifieke leeftijdscategorie (pakweg 15-24 jaar oud) tijdelijk onder druk kan zetten. Tegelijkertijd trekt de aandacht juist naar auto’s die al ouder zijn dan 25 jaar, denk aan pareltjes zoals de BMW E39, Mercedes W210 of Volvo V70 uit de jaren ’90 die houden hun fiscale voordeel wel en worden nu dus aantrekkelijker.
Wat maakt een youngtimer nou eigenlijk een goede investering?
Voordat je in de rubrieksadvertenties duikt: waardestijging bij youngtimers gaat zelden over “elke Golf van 2005 wordt vanzelf duur”. Het gaat bijna altijd om een combinatie van factoren:
Zeldzaamheid en sportieve varianten. Een gewone 1.4-liter familieauto in saaie kleur wordt zelden een collector’s item. Een schaarse GTI-, S16-, 16V- of Cosworth-uitvoering van datzelfde model uiteraard wel omdat er destijds maar een handjevol van gebouwd is en de meeste inmiddels zijn gesloopt, gecrasht of stukgereden.
Staat en originaliteit. Een ongemodificeerd exemplaar met originele lak, een compleet onderhoudsboekje en een lage kilometerstand is vrijwel altijd meer waard dan een gemiddeld exemplaar ook als dat gemiddelde exemplaar sneller is dankzij een setje aftermarket-onderdelen. Verzamelaars betalen voor authenticiteit, niet voor jouw eigen tuning-project.
Cultstatus. Auto’s die in een film, game (denk aan de eerdere AE86/Initial D-connectie) of racehistorie een rol speelden, trekken een fanbase die verder gaat dan alleen “leuk automatje”. Die aandacht drijft de vraag, en dus de prijs, structureel omhoog.
Onderhoudskosten en onderdelenbeschikbaarheid. Een auto die spotgoedkoop in aanschaf is maar torenhoge onderhoudskosten heeft (denk aan zeldzame elektronica of een motor die alleen nog met tweedehands onderdelen te repareren is) eet zijn eigen waardestijging weer op. De beste “instapklassiekers” hebben een simpel, robuust mechanisch hart en een actieve clubscene die onderdelen namaakt of hergebruikt.

Voorbeelden die volgens taxatiebureaus flink in waarde stijgen
Onderstaande lijst is gebaseerd op cijfers van Nederlandse taxatie- en autoplatforms over de afgelopen periode het zijn dus geen garanties, en de spreiding in prijs tussen een matig en een pico bello exemplaar van hetzelfde model kan enorm zijn. Zie het als een startpunt om zelf verder te zoeken, niet als een boodschappenlijstje.
De hot hatches van de jaren 90
Compacte, sportieve hatchbacks met een 16-kleppenmotor zijn een terugkerend thema: de Peugeot 309 GTi 16V en de Peugeot 306 2.0 16V S16 worden allebei genoemd als modellen die procentueel fors zijn gestegen (respectievelijk rond de 189% en 151% over de gemeten periode, volgens Man-Man.nl). Ook de Volkswagen Golf II GTI (rond de 126%) hoort in dat rijtje de opvolger van de Mk1 die we al eerder spotlightten, met een net iets modernere, hoekige jaren 80-vormgeving maar dezelfde GTI-formule.
De verrassende buitenbeentjes
Niet alles wat stijgt is per se een sportmodel. De Renault Twingo (1992-1998) wordt genoemd als een van de sterkste stijgers van de afgelopen tijd van rond de €1.200 naar zo’n €3.900 voor een goed exemplaar, puur op nostalgie en schaarste van ongemolesteerde originelen. Ook een alledaagse Lancia Ypsilon 1.1 of een Citroën CX 25D Turbo 2duiken op in dit soort lijstjes: geen sportwagens, maar wel auto’s die door hun eigenzinnige styling en zeldzaamheid een eigen fanbase hebben opgebouwd.
De rally-erfenis
De Talbot Samba Rallye en de oudere Talbot Sunbeam profiteren van hun rallyverleden en extreme zeldzaamheid er zijn er simpelweg nog maar een handvol van over. Datzelfde geldt voor de Amerikaanse Pontiac Firebird TransAm (1993-1998), die in Europa altijd een import-buitenbeentje is gebleven en daardoor relatief schaars is.
De sportcoupé
De Toyota MR2 Coupé T-Bar (1990-1994) een mid-engine sportwagen die door zijn compacte formaat en betaalbare onderhoud altijd al een geliefd instapmodel was voor beginnende sportwagenrijders hoort ook bij de stijgers, en sluit qua profiel mooi aan bij modellen die we al eerder behandelden.
Neem deze percentages met een korrel zout: het gaat om procentuele stijgingen op vaak al lage basisprijzen, en de daadwerkelijke bedragen kunnen per bron en per moment behoorlijk verschillen. Zoek altijd zelf recente vraagprijzen op Marktplaats, AutoScout24 en gespecialiseerde forums voordat je een aankoopbeslissing baseert op een lijstje uit een artikel ook dit artikel.
Waar moet je op letten voordat je koopt?
Een youngtimer kopen omdat-ie “vast in waarde gaat stijgen” is een ander verhaal dan een youngtimer kopen om lekker mee te rijden. Voor wie toch serieus met dat eerste bezig is:
- Roest is de nummer één vijand. Auto’s uit de jaren 90 en vroege 2000 hebben zelden de rustbescherming van moderne auto’s. Check onderstel, wielkasten en dorpels grondig, en laat je niet foppen door een fris likje onderstellak, dat kan net zo goed roest verbergen als repareren.
- Importhistorie en boekjes. Een compleet onderhoudsboekje, originele aankoopfactuur en idealiter een aantoonbare historie (bijvoorbeeld via het RDW-kentekenregister en oude APK-rapporten) zijn goud waard bij wederverkoop. Een auto zonder papieren is altijd een gok.
- Originaliteit vs. modificaties. Voor pure verzamelwaarde geldt: hoe dichter bij fabrieksstaat, hoe beter. Een opgevoerde of “verbeterde” versie kan leuker zijn om te rijden, maar spreekt een kleinere groep kopers aan als je ooit wil verkopen.
- Laat een specialist meekijken. Een aankoopkeuring bij een merkspecialist (niet de gewone occasionkeuring van de ANWB, maar iemand die dit specifieke model door en door kent) kost een paar honderd euro en bespaart je in het slechtste geval duizenden.
- Reken op onderhoudskosten die niet meer “gewoon” zijn. Onderdelen voor een 25 jaar oude auto komen steeds vaker van de tweedehandsmarkt of specialistische namaakleveranciers. Vraag van tevoren rond in het modelspecifieke forum hoe de onderdelensituatie ervoor staat.
Belasting: voor wie is dit eigenlijk relevant?
Belangrijke nuance die nogal eens door elkaar loopt in dit soort verhalen: de youngtimer-bijtellingsregeling geldt alleen voor een auto van de zaak, dus voor ondernemers en werknemers met een leaseauto die ook privé gebruikt wordt. Koop je een youngtimer gewoon privé, met eigen geld, dan heb je met deze specifieke regeling niets te maken. Je betaalt dan “gewoon” wegenbelasting (die overigens voor auto’s van 40 jaar en ouder helemaal kan vervallen) en je eigen verzekering, en de waardeontwikkeling van je auto is verder een kwestie van vraag en aanbod op de tweedehandsmarkt, los van de fiscus.
Voor zzp’ers en ondernemers die wél een auto van de zaak overwegen is de aankomende versobering van de regeling echter een reden om nu goed te rekenen: een auto die net onder de nieuwe grens van 16 (2026) of straks 25 jaar (2027) valt, kan zomaar duurder uitpakken dan gedacht zodra de regeling verandert.
De eerlijke afsluiter
De youngtimermarkt staat de komende jaren niet stil en dat heeft weinig te maken met nostalgie alleen. De versobering van de bijtellingsregeling in 2026 en 2027 is een fiscale ingreep maar de gevolgen sijpelen door tot op de tweedehandsmarkt: auto’s die nu nog gunstig scoren voor zakelijke rijders kunnen over een paar jaar in een heel andere prijscategorie belanden. Wie nu koopt met het oog op waardebehoud of groei koopt dus niet alleen een auto maar ook een stukje regelgeving-timing en dat is precies het soort factor dat weinig mensen meewegen tot het te laat is.
Tegelijkertijd blijft de kern van dit verhaal onveranderd: zeldzaamheid, staat en originaliteit bepalen op de lange termijn veel meer dan een fiscale regeling ooit zal doen. Een roestvrij, compleet gedocumenteerd exemplaar van een geliefd model zal altijd beter verkopen dan een gemiddelde auto in een gunstige leeftijdscategorie. Dus of je nu puur voor het rijplezier koopt of serieus met waardebehoud bezig bent, de basis blijft hetzelfde: zoek breed, laat een specialist meekijken, en koop een auto omdat je ‘m wil hebben, niet omdat een lijstje op internet (inclusief dit artikel) je vertelt dat-ie binnenkort meer waard wordt. Waardestijging bij klassiekers is nooit een garantie, hooguit een patroon uit het verleden en dat is zoals altijd geen voorspelling voor de toekomst.


